Het lint
We onderscheiden een aantal soorten linten;
- het brede lint voor Praesidiumleden
- het clublint voor schachten en commilitones
- het oudstudentenlint van de oud-studenten
In Antwerpen is het de gewoonte dat elk Praesidiumlid een breed lint draagt. In Gent draagt enkel de praeses een breed lint, de andere praesidiumleden dragen een half-breed lint. Daarop komt het wapenschild van de afdeling, de functie van de drager en het jaartal van het academiejaar waarin de dragen zijn functie uitvoert.
De commilitones dragen een smaller lint, zonder opschriften. Ook schachten dragen zulk lint, zij het dan over de linkerschouder.
De gebruiken van de oud-studenten zullen hier niet verder behandeld worden.
De pet
Wij dragen een grijze pet, met een zwart-wit-rode boord (3). Op deze pet komen een aantal kentekens.
Vaste kentekens zijn:
- Een Vlaamse Leeuwenschildje in het midden achteraan (2)
- Gouden en zilveren sterren (1)
Elke ster staat voor een studiejaar. Het eerste jaar in het hoger onderwijs levert altijd een gouden ster op, elk geslaagd jaar nadien ook. Een bisjaar, in dezelfde of in een andere studierichting, wordt door een zilveren ster weergegeven.
Verder mogen er op de pet nog een aantal andere kentekens komen;
- Een faculteitskenteken; elke faculteit heeft een specifiek symbool. Een aantal hiervan vind je terug in je codex.
- Een Verbondswachtzwaardje; enkel leden of oud-leden van de Verbondswacht hebben het recht zulk zwaardje te dragen. Het wordt hun dan ook plechtig overhandigd door het Praesidium.
- Eén persoonlijk kenteken; het is in het verleden niet altijd gerespecteerd, maar één persoonlijk kenteken is voldoende. De pet is in weze een vrij sober symbool, dat niet met allerlei onzin opgesmukt moet worden.
Ook wat de pet betreft, hebben de oud-studenten hun eigen gebruiken, waarop we hier niet verder in gaan.








